Termijnen binnen de procedures bij de hersteloperatie kinderopvangtoeslag

Binnen de kinderopvangtoeslagenaffaire zijn veel verschillende procedures die elk hun eigen termijn hebben. Tussen de aanvraag voor herbeoordeling tot het einde van de procedure bij de Commissie Werkelijke Schade (hierna: CWS) of de Stichting (Gelijk)waardig Herstel (hierna: GWH), zitten diverse procedures;

  • de integrale beoordeling;
  • bezwaar;
  • beroep;
  • hoger beroep; en
  • de verzoeken voor aanvullende schaderoutes bij de CWS en GWH.

De UitvoeringsHerstelToeslagen (hierna: UHT) neemt niet altijd binnen de wettelijke beslistermijn een beslissing. Wanneer dit zo is kunt u een ingebrekestelling bij de UHT indienen en daarna een beroep niet tijdig beslissing (hierna: BNTB) bij de rechtbank indienen.

In deze blog lichten wij de verschillende termijnen en mogelijkheden toe bij deze procedures.

Integrale beoordeling

De procedure van de integrale beoordeling begint bij een aanmelding voor herbeoordeling. De UHT moet binnen één jaar na de aanmelding een definitieve beslissing in de integrale beoordeling nemen. Wanneer u op 2 januari 2025 een aanmelding heeft gedaan voor de herbeoordeling moet de UHT uiterlijk op 2 januari 2026 een beslissing hebben genomen.

Wanneer de UHT niet op 2 januari 2026 een beslissing heeft genomen, kunt u de UHT op 3 januari 2026 in gebreke stellen. Wanneer de UHT vervolgens nog geen beslissing heeft genomen, binnen twee weken na het indienen van de ingebrekestelling, kunt u een BNTB bij de rechtbank van uw woonplaats indienen. In het hierboven genoemde voorbeeld kunt u dus op 18 januari 2026 een BNTB indienen.

Bezwaar

Als u het niet eens bent met de definitieve beslissing van de integrale beoordeling kunt u binnen 16 weken in bezwaar gaan bij de UHT zelf. De wettelijk vastgestelde termijn voor bezwaar is 6 weken, alleen de UHT geeft ouders tegenwoordig 16 weken om in bezwaar te gaan. Dus wanneer de UHT op 2 januari 2026 een definitieve beslissing van de integrale beoordeling heeft genomen moet u uiterlijk binnen 16 weken, dit is uiterlijk op 24 april 2026, in bezwaar gaan.

Het kan voorkomen dat u niet binnen de 16 weken in bezwaar heeft kunnen gaan. De UHT neemt te laat ingediende bezwaren normaal gesproken niet in behandeling. Alleen in specifieke gevallen wordt uw bezwaar, dat later dan 16 weken is ingediend, in behandeling genomen. Voorbeelden van deze gevallen zijn:

  • uw persoonlijke ernstige medische situatie of;
  • ernstige ziekte of overlijden van een eerstegraadsfamilielid (uw ouders of kinderen).

In dit bezwaar geven ouders aan dat zij het niet eens zijn met de uitkomst van de herbeoordeling. De ontevredenheid kan bijvoorbeeld zitten in het aantal jaren dat niet is meegenomen in de herbeoordeling.

De termijn waarbinnen de UHT moet beslissen op uw bezwaar hangt af van het moment wanneer u bezwaar heeft gemaakt.

  • Heeft u binnen 6 weken bezwaar gemaakt? De UHT moet binnen 24 weken van de integrale beoordeling beslissen. Wanneer u op 3 januari 2026 bezwaar heeft gemaakt tegen de definitieve beslissing van 2 januari 2026, moet de UHT uiterlijk op 19 juni 2026 beslissen.
  • Heeft u na 6 weken bezwaar gemaakt? De UHT moet binnen 18 weken na de datum van uw bezwaar beslissen. Wanneer u op 24 april 2026 bezwaar heeft gemaakt tegen de beslissing van 2 januari 2026, moet de UHT uiterlijk op 28 augustus 2026 beslissen.

Wanneer de UHT niet op 19 juni 2026 een beslissing heeft genomen (als u dus binnen 6 weken na de datum van het besluit bezwaar heeft ingediend), kunt u de UHT op 20 juni 2026 in gebreke stellen. Wanneer de UHT ook niet binnen twee weken een beslissing heeft genomen, kunt u op 4 juli 2026 een BNTB bij de rechtbank indienen.

Beroep

Als u het niet eens bent met de beslissing op uw bezwaar, kunt u binnen 6 weken na de datum van de beslissing op bezwaar in beroep gaan bij de rechtbank. Wanneer de UHT op
19 juni 2026 een beslissing op bezwaar heeft genomen kunt u uiterlijk op 31 juli 2026 in beroep gaan.

In dit beroep bij de rechtbank geven ouders aan dat zij het niet eens zijn met de beslissing op bezwaar en verzoeken zij de rechtbank hun beroep gegrond te verklaren.

De rechtbank heeft geen wettelijk vastgestelde beslistermijn voor uw beroep. U kunt daarom de rechtbank niet in gebreke stellen en ook geen BNTB indienen. Zij moeten dit wel binnen een redelijk termijn doen. U komt meestal binnen één jaar voor de rechter en daarna doet de rechtbank een uitspraak.

Hoger beroep

Als u het niet eens bent met de uitspraak van de rechtbank op uw beroep, kunt u binnen 6 weken na de datum van de uitspraak, in hoger beroep gaan bij de Raad van State. Wanneer de rechtbank op 30 juli 2027 een uitspraak heeft gedaan kunt u uiterlijk op 10 september 2027 in hoger beroep gaan bij de Raad van State.

In dit beroep bij de rechtbank geven ouders aan dat zij het niet eens zijn met de uitspraak van het beroep en verzoeken zij de rechtbank hun hoger beroep gegrond te verklaren.

De Raad van State heeft geen wettelijk vastgestelde beslistermijn voor uw beroep. U kunt daarom de Raad van State niet in gebreke stellen en ook geen BNTB indienen. Zij moeten dit wel binnen een redelijk termijn doen. U komt meestal binnen één jaar voor de rechter en daarna doet de Raad van State een uitspraak.

CWS – Aanvullende schaderoute

Op het verzoek voor een aanvullende schadevergoeding via de CWS moet de UHT binnen 6 maanden beslissen. Deze termijn van 6 maanden mogen zij uitstellen met 6 maanden. In totaal heeft de UHT dus een beslistermijn van één jaar op uw CWS-verzoek. Dus wanneer u op 2 januari 2025 een CWS-verzoek heeft gedaan, moet de UHT op 2 januari 2026 een beslissing hebben genomen.

De UHT neemt niet altijd binnen één jaar een beslissing op uw CWS-verzoek. Wanneer zij niet op 2 januari 2026 een beslissing hebben genomen, kunt u de UHT op 3 januari 2026 in gebreke stellen. Wanneer zij ook niet binnen twee weken een beslissing hebben genomen, kunt u op 18 januari 2026 een BNTB bij de rechtbank indienen.

Tegen de beslissing op uw CWS-verzoek kunt u wederom in bezwaar, beroep en hoger beroep gaan. Dezelfde termijn zijn van toepassing zoals hierboven is toegelicht.

GWH – Aanvullende schaderoute

Op het verzoek voor een aanvullende schadevergoeding via de GWH staan geen wettelijk vastgestelde termijnen, zoals wel het geval is bij de CWS. Maar de ervaring leert dat het ongeveer 6 maanden duurt voordat GWH een beslissing heeft op uw schade.  

GWH heeft geen wettelijk vastgestelde beslistermijn voor uw verzoek. U kunt daarom GWH niet in gebreke stellen en ook geen BNTB indienen.

Ingebrekestelling & beroep niet tijdig beslissen

Bij sommige procedures neemt de UHT dus niet altijd binnen de wettelijke beslistermijn een beslissing. Wanneer dit zo is kunt u een ingebrekestelling bij de UHT indienen en daarna een BNTB bij de rechtbank indienen.

In de ingebrekestelling geeft u aan dat de UHT niet op tijd een beslissing heeft genomen. U geeft de UHT nog een termijn van twee weken om te beslissen, zij zijn wettelijk verplicht om binnen dit termijn alsnog een beslissing te nemen.

Ook vraagt u om een dwangsom. Deze dwangsom gaat lopen vanaf de dag na deze twee weken. Als u de UHT op 3 januari 2026 in gebreke heeft gesteld, moeten zij uiterlijk op 17 januari 2026 een beslissing hebben genomen. Als de UHT ook dan geen beslissing heeft genomen, gaat er een dwangsom lopen van €45,- per dag. De maximum dwangsom die u van de UHT kunt krijgen door de ingebrekestelling is €1.442,-.

Naast dat er een dwangsom gaat lopen kunt u na de ingebrekestelling een BNTB indienen bij de rechtbank. In de BNTB geeft u aan dat de UHT ook na de ingebrekestelling, nog niet een beslissing heeft genomen.

De rechtbank doet in een BNTB uitspraak en stelt in beginsel een termijn van 60 weken. Deze gaat lopen na de datum van de afloop van de bezwaarprocedure, waarin de UHT alsnog op een beslissing moet nemen. Als de afloop van de bezwaartermijn op 14 april 2026 is, moet de UHT, 60 weken daarna, op 18 juni 2027 een beslissing nemen. Als de UHT na de termijn van de rechtbank heeft vastgesteld nog steeds geen beslissing heeft genomen, gaat er een dwangsom lopen van € 100,- per dag. De maximum dwangsom die u van de UHT kunt krijgen bij de BNTB is €15.000,-.

De verschillende termijnen bij de procedures binnen de hersteloperatie kinderopvangtoeslag kunnen ingewikkeld zijn.

Wij kunnen u bijstaan bij deze procedures en u te vertegenwoordigen bij (hoor)zittingen.

Bel ons op 010-7009786 of vul ons contactformulier in. Wij nemen dan op werkdagen binnen 24 uur contact met u op. Onze advocaten zijn ervaren in de kinderopvangtoeslagen en staan u graag bij.

Waar kunnen wij mee helpen?

Your message was sent.