Het Uniform Forfaitair Schadekader binnen de hersteloperatie toeslagen

Het Uniform Forfaitair Schadekader binnen de hersteloperatie toeslagen

De hersteloperatie toeslagen bevindt zich in een nieuwe fase. Begin 2025 heeft de commissie Van Dam het kabinet geadviseerd om het vergoeden van aanvullende schade voortaan te doen via een Uniform Forfaitair Schadekader. Dit kader moet zorgen voor duidelijkheid, snelheid en gelijkheid bij de afhandeling van schade door de kinderopvangtoeslagenaffaire.

In deze blog leggen wij uit wat dit schadekader inhoudt, hoe het werkt en wat dit kan betekenen voor gedupeerde ouders.

Twee routes, één kader

Voor de hersteloperatie bestaan er twee routes die beide leiden tot een vaststellingsovereenkomst (VSO):

  1. De route via de Stichting (Gelijk)Waardig Herstel (SGH)

Binnen deze route wordt gewerkt met een vertellende aanpak: de ouder vertelt het persoonlijke verhaal aan een Luisterend Schrijver, dat wordt vastgelegd in een zogenoemd Feitenrelaas. Op basis daarvan worden de schadeposten berekend en ondersteund met stukken waar nodig.

  • De route via MijnHerstel

Hier kan de ouder zelfstandig of met hulp van een gemachtigde de schade toelichten en documenten aanleveren via een digitale omgeving.

Beide routes gebruiken hetzelfde schadekader en leiden tot dezelfde manier van berekenen. Het verschil zit enkel in de manier van indienen.

Wat is het Uniform Forfaitair Schadekader?

Het Uniform Forfaitair Schadekader (UFS) is een stelsel van vaste, collectieve bedragen die gekoppeld zijn aan gebeurtenissen die veel ouders hebben meegemaakt als gevolg van de toeslagenaffaire. Deze vaste bedragen zijn geordend per leefgebied, zoals Financiën, Gezin, Welzijn & Zorg, Wonen en Werk.

Het schadekader is gebaseerd op het Herstelmodel van Stichting (Gelijk)Waardig Herstel (2024) en is juridisch getoetst aan het civiele schadevergoedingsrecht. Daarmee sluit het aan op wat in de letselschade- en rechtspraktijk gebruikelijk en aanvaardbaar is.

De vaste bedragen zijn bedoeld om erkenning te geven aan wat is gebeurd, zonder dat iedere schadepost volledig hoeft te worden berekend of onderbouwd met omvangrijke bewijsstukken. Ook de wettelijke rente is al in de bedragen verwerkt.

De uitgangspunten van het Schadekader

Het Uniform Forfaitair Schadekader is gebouwd op drie basisprincipes:

  1. Ruimhartigheid – Het uitgangspunt is dat het verband tussen de problemen met de kinderopvangtoeslag en de geleden schade ruim wordt geïnterpreteerd. Niet elk verband hoeft met harde bewijzen te worden aangetoond. Als het verhaal van de ouder logisch, aannemelijk en chronologisch consistent is, wordt dat in beginsel geaccepteerd.
  2. Erkenning – De vaste bedragen zijn bedoeld als erkenning van de impact die de gebeurtenissen hebben gehad op het leven van ouders en hun gezinnen. Het gaat dus niet alleen om financiële compensatie, maar ook om herstel van vertrouwen en waardigheid.
  3. Collectiviteit – Omdat veel ouders vergelijkbare situaties hebben meegemaakt, is gekozen voor één uniform kader met collectieve bedragen. Zo wordt willekeur voorkomen en wordt iedereen op dezelfde manier beoordeeld.

Bij het toekennen van schade wordt gewerkt met de maatstaf van aannemelijkheid. Dit betekent dat niet voor elke gebeurtenis sluitend bewijs nodig is. Als een gebeurtenis past in het persoonlijke verhaal en in de tijdlijn van de toeslagproblemen, kan worden aangenomen dat deze (mede) verband houdt met de kinderopvangtoeslag.

Wel geldt het beginsel van proportionaliteit: voor ouders die over een korte periode (bijvoorbeeld één of twee jaar) en met een beperkte terugvordering zijn getroffen, wordt niet automatisch aangenomen dat zeer ernstige gevolgen, zoals langdurige arbeidsongeschiktheid of dakloosheid, rechtstreeks het gevolg waren van de toeslagproblemen. In dat geval is een nadere onderbouwing nodig.

Het persoonlijke beginpunt

Iedere ouder heeft een eigen “IB-startdatum”. Dit is de datum waarop de Belastingdienst volgens de Integrale Beoordeling voor het eerst te streng of vooringenomen handelde. Alleen gebeurtenissen die na deze datum plaatsvonden, kunnen leiden tot vergoeding binnen het Uniform Forfaitair Schadekader.

De IB-startdatum is te vinden in de bijlagen bij de compensatiebeschikking van de Belastingdienst (UHT) en wordt automatisch ingelezen in MijnHerstel.

Schadevergoeding per leefgebied

Het schadekader kent vijf leefgebieden waarin gebeurtenissen zijn opgenomen die voor vergoeding in aanmerking kunnen komen. Per gebeurtenis is een vast bedrag vastgesteld.

  1. Financiën

Voorbeelden van gebeurtenissen binnen dit leefgebied zijn:

  • betalingsachterstanden (€ 500),
  • schuldeisers aan de deur (€ 1.500),
  • beslaglegging of dwanginvordering (€ 2.000),
  • deelname aan WSNP/MSNP, beschermingsbewind of faillissement (maximaal éénmaal € 3.000),
  • misgelopen erfenissen (€ 4.000),
  • uitzonderlijk impactvolle financiële gebeurtenissen (€ 2.500).

2. Gezin

Binnen het leefgebied Gezin is onder meer vergoeding mogelijk voor:

  • inperking van het ouderschap (€ 5.000 per kind),
  • ongewenste onthechting (bij uithuisplaatsing of dreiging daarvan € 5.000–€ 7.500 per ouder per kind),
  • overlijden door zelfdoding binnen het gezin (€ 7.500 per nabestaande),
  • het einde van een relatie (€ 5.000),
  • verbreking van familiebanden of vriendschappen (€ 2.000),
  • ontoereikende levensstandaard van kinderen (€ 2.500),
  • verlies van gelijke kansen voor kinderen (€ 5.000),
  • uitzonderlijk impactvolle gezinsgebeurtenissen (€ 2.500).

3. Welzijn en Zorg

Hieronder vallen onder meer:

  • mentale klachten zoals stress of angst (€ 2.500),
  • fysieke klachten (€ 2.500),
  • gevoelens van uitsluiting of vernedering (€ 2.500),
  • gevoel van discriminatie (€ 2.500),
  • uitzonderlijk impactvolle gebeurtenissen op dit gebied (€ 2.500).
    Voor deze schadeposten is geen medisch bewijs nodig.

4. Wonen

Voorbeelden van vergoedingen zijn:

  • het verliezen van een koopwoning (€ 5.000 per jaar, maximaal zeven jaar),
  • noodgedwongen verhuizingen (€ 6.500 tot € 10.000),
  • hogere huurkosten (€ 5.000),
  • verlies van bezittingen (€ 1.000, € 4.000 of € 7.500 afhankelijk van de waarde).

5. Werk

Binnen het leefgebied Werk kunnen drie varianten worden toegepast:

  • Variant A: niet of minder kunnen werken (maximaal € 17.000 per jaar in de eerste drie jaren, daarna € 12.000 per jaar, naar rato berekend);
  • Variant B: volledig en duurzaam arbeidsongeschikt (IVA-uitkering) (€ 11.000 per jaar, maximaal zeven jaar);
  • Variant C: doorgewerkt zonder over het eigen inkomen te kunnen beschikken, bijvoorbeeld door loonbeslag of schuldsanering (€ 7.000 per jaar, maximaal zeven jaar).

De werkvarianten gelden voor maximaal zeven aaneengesloten jaren na de IB-startdatum. Voor de toeslagpartner kunnen dezelfde regels gelden, maar stapeling van bedragen is niet toegestaan.

Ook is er een schadepost erkend bij carrièregemis, studievertraging of studiestop. Deze schadepost erkent de (materiële en immateriële) impact wanneer de ouder door de problemen met de kinderopvangtoeslag is belemmerd in zijn of haar studie of loopbaan. De vergoeding is een vast bedrag van €20.000, ongeacht duur, intensiteit of aantal van de hier bedoelde gebeurtenissen.

Er zijn vier situaties te onderscheiden.

1. De ouder heeft door de problemen met de kinderopvangtoeslag minimaal een jaar studievertraging opgelopen.

2. De ouder heeft door de problemen met de kinderopvangtoeslag een studie voortijdig moeten beëindigen.

3. De ouder heeft een kans op promotie niet kunnen benutten of heeft een promotie afgeslagen door de problemen met de kinderopvangtoeslag.

4. De ouder is uitgevallen en kon daarna door de problemen met de kinderopvangtoeslag niet op het oude niveau of carrière pad terugkomen. Of de ouder heeft anderszins een ‘stap terug’ moet doen (demotie).

Berekening

Het uiteindelijke bedrag aan aanvullende compensatie wordt berekend in twee stappen:

  1. Optelling van de forfaitaire bedragen die passen bij de gebeurtenissen die voor vergoeding in aanmerking komen.
  2. Saldering met reeds ontvangen bedragen, zoals:
    1. de eerdere compensatie (materieel en immaterieel) uit de IB-beschikking,
    1. het eventuele Catshuissurplus (het deel boven de € 30.000),
    1. de O/GS-tegemoetkoming,
    1. eventueel ontvangen voorschotten.

Het resterende bedrag wordt vervolgens uitgekeerd.

Wat betekent dit in de praktijk?

Het Uniform Forfaitair Schadekader zorgt voor meer duidelijkheid en gelijkheid bij het vergoeden van schade. Ouders hoeven niet langer ingewikkelde berekeningen te maken of omvangrijke bewijsstukken te overleggen om erkenning te krijgen voor wat er is gebeurd. Tegelijkertijd blijft de regeling juridisch zorgvuldig: aannemelijkheid, proportionaliteit en consistentie blijven de toetsingsmaatstaven. Voor veel ouders zal dit betekenen dat het proces naar herstel en afsluiting eindelijk concreter wordt.

Het Uniform Forfaitair Schadekader is een belangrijke stap richting eenvoudig, rechtvaardig en menselijk herstel. Het biedt ruimte voor erkenning van geleden schade zonder dat ieder detail hoeft te worden bewezen.

Heeft u vragen over hoe dit kader op uw situatie van toepassing is, of wilt u begeleiding bij het indienen van uw schadeverzoek binnen één van de routes? Ons kantoor staat klaar om u daarbij te helpen.

Contact

Neem gerust contact op met ons kantoor.
U kunt ons bellen op 010 – 7009786 of een e-mail sturen naar info@ratio-advocatuur.nl.

Wij denken graag met u mee over de beste route in uw hersteltraject.

Waar kunnen wij mee helpen?

Your message was sent.